Gezond stalklimaat

Het stalklimaat is van directe invloed op de gezondheid van het paard. Het wordt bepaald door de temperatuur en het vochtgehalte van de stallucht, de samenstelling van de stallucht ( bijvoorbeeld ammoniak, stof en uitgeademde CO2)de luchtbeweging en de luchtsnelheid en het licht in de stal.
Als al deze factoren op een juiste manier afgestemd zijn op de behoefte van het paard, spreken we van een goed stalklimaat .

Goed stalklimaat is een juiste verhouding van de factoren:

-   oppervlakte van de box. Een grote oppervlakte heeft een grotere opname
    capaciteit van urine ( ammoniak). Onze boxen hebben een oppervlakte van
    3.92 x 3.75 = 14,70 m2. Dat is 56% meer opname capaciteit dan een box van
    3.00 x 3.00 = 9,00 m2 !

-   Ventilatie. Een kleine box van 9.00 m2 zonder buitenraam heeft bijna geen
    ventilatie. Al onze boxen hebben een groot openslaand raam waardoor de
    ventilatie optimaal is. 

-   Temperatuur.  ( Zie hieronder )

-   Luchtvochtigheid.

Een slecht stalklimaat is een serieus probleem voor de gezondheid van paarden, en kan leiden tot prestatievermindering en ( ernstige ) gezondheidsproblemen.  Bij een slecht stalklimaat spelen luchtvochtig-heid, fijnstofdeeltjes, luchtverversing en de aan- of afwezigheid van schadelijke stoffen als ammoniak een belangrijke rol. Luchtwegproblemen vormen één van de grootste gezondheidsproblemen in de paardenhouderij.

Bij de bouw van de stoeterij in 2004 hebben wij met al deze factoren rekening gehouden. Met name de extra grote boxen van 3.92 x 3.75 zorgen er voor dat er veel meer stro is voor de opname van ammoniak. In onze stallen hangen geen ammoniakdampen. De plafonds zijn minimaal 3.50 meter hoog, de gangpaden 3.20 meter breed en elke box heeft een eigen openslaand raam. Daardoor is er volop ventilatie en meer dan voldoende licht !

De relatieve luchtvochtigheid in onze stal is 60/80 % waardoor de ziektekiemen geen kans krijgen en de paarden geen last hebben van de warmte. De stal is optimaal geisoleerd tegen de warmte.  Een paard kan heel goed tegen lagere temperaturen, maar te hoge temperaturen kunnen funest zijn voor een paard.

Gevolgen van hittestress

De effecten van oververhitting zijn serieus. Als de lichaamstemperatuur van een paard omhoog gaat van de normale temperatuur (37 graden Celsius) naar 38 tot 41 graden Celsius, dan stijgt de temperatuur in de spieren tot wel 43 graden, wat ervoor zorgt dat de eiwitten in de spieren beginnen te denatureren (koken). Paarden die lijden aan hittestress kunnen hypotensie, koliek en nierfalen krijgen.

Onze stal is optimaal geisoleerd. Als het zomers buiten boven de 30 graden celcius is, blijft de temperatuur in de stal onder de 25 graden. s'-Winters het omgekeerde. Bij 10 graden vorst blijft de tempertuur in de stal boven de 10 graden celsius. 

Door de klimaatverandering zijn zomers temperaturen van boven de 30 graden geen uitzondering meer.
Wij zetten de paarden dan al vroeg op de weide en halen ze binnen voordat de temperatuur schade aan de paarden kan toebrengen. Ze staan dan lekker koel in de geisoleerde stal.